laat ons u bellen

Ondertoezichtstelling (OTS)

Als er in een gezin ernstige (opvoedings)problemen voorkomen en de ontwikkeling van een kind gevaar loopt, kan de kinderrechter het kind onder toezicht stellen.



Staat een kind onder toezicht, dan betekent dat:
(a) dat Bureau Jeugdzorg of een andere instelling toezicht houdt op het kind; en
(b) dat deze instelling zorgt dat hulp en steun worden geboden aan het kind en de met het gezag belaste ouder(s), om de bedreiging van de ontwikkeling van het kind af te wenden.
Deze hulp en steun moeten erop zijn gericht dat de ouder(s) de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding zoveel mogelijk behouden. Als het kind daar volwassen genoeg voor is, zijn de hulp en steun echter meer gericht op het vergroten van de zelfstandigheid van het kind in plaats van op het ondersteunen van de ouders.
 
Verzoek tot ondertoezichtstelling; procedure
De kinderrechter kan een minderjarige onder toezicht stellen op verzoek van een ouder, een ander die het kind verzorgt en opvoedt, de Raad voor de Kinderbescherming, of het Openbaar Ministerie. In de meeste gevallen is het de Raad voor de Kinderbescherming die de kinderrechter om ondertoezichtstelling verzoekt.
De kinderrechter beslist pas over het verzoek na het horen van alle betrokkenen (waaronder de ouder(s) en het kind zelf) en kan de gevraagde ondertoezichtstelling ook afwijzen.
De rechter toetst in zijn beslissing of het kind zodanig opgroeit, dat zijn zedelijke of geestelijke belangen of zijn gezondheid ernstig worden bedreigd. Daarbij moet het zo zijn dat er geen andere manier meer mogelijk is dan ondertoezichtstelling om deze bedreiging af te wenden.
 
De uitvoering van de ondertoezichtstelling
In het geval de kinderrechter de aanvraag ondertoezichtstelling honoreert, krijgt Bureau Jeugdzorg of een andere instelling de opdracht om de ondertoezichtstelling uit te voeren.
In beginsel woont de minderjarige die onder toezicht wordt gesteld gewoon thuis. Zie voor de situatie waarin dat anders is ons artikel over uithuisplaatsing.
De aangewezen instantie (meestal Bureau Jeugdzorg) wijst een gezinsvoogd aan die de ouder(s) en het kind gaan helpen om de (thuis)situatie te verbeteren. In die setting zijn ouder(s) en gezinsvoogd samen verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding van het kind. De gezinsvoogd kan aanwijzingen geven, die de ouder(s) verplicht zijn op te volgen.
 
De duur van de ondertoezichtstelling
De kinderrechter beslist hoe lang de ondertoezichtstelling duurt.
De kinderrechter kan een ondertoezichtstelling opleggen voor maximaal twaalf maanden per beslissing, maar de ondertoezichtstelling kan op verzoek telkenmale worden verlengd tot het moment waarop het kind achttien jaar oud is geworden.
 
De kinderrechter kan de ondertoezichtstelling opheffen indien de grond daarvoor niet langer bestaat. Hij kan dit doen op verzoek van Bureau Jeugdzorg, de met het gezag belaste ouder of het kind zelf, als het kind minimaal twaalf jaar is.

Uw rechten bij een verzoek tot ondertoezichtstelling 
Wordt u geconfronteerd met een verzoek tot ondertoezichtstelling en wilt u zich tegen de ondertoezichtstelling of tegen de duur daarvan verweren, neemt u dan contact met Smit & De Hart Advocaten op.
Ook als de uitvoering van de ondertoezichtstelling naar uw oordeel niet volgens de regels verloopt (Bureau Jeugdzorg bevordert bijvoorbeeld de gezinsband niet of u ontvangt te weinig steun bij de opvoeding), kunnen wij hier voor u actie op ondernemen. Wij hebben dit soort zaken vaker gezien en kunnen uw vragen beantwoorden. Informeer bij ons eens naar de mogelijkheden!